Als je als ondernemer personeel in dienst hebt, zullen zij vaak een reiskostenvergoeding ontvangen. Dit kan op twee verschillende manieren worden geregeld, het kan op basis van een reiskostendeclaratie en op basis van een vaste vergoeding. Deze vergoeding is in het beginsel onbelast.

Als een werknemer tijdens de Coronacrisis thuis werkt en een reiskostenvergoeding ontvangt op basis van een reiskostendeclaratie, zal hij/zij gedurende de crisis niets of nauwelijks wat declareren en dus ook niets of nauwelijks vergoed krijgen. Uiteraard blijft de vergoeding dan ook onbelast.

Als een werknemer een vast bedrag aan reiskostenvergoeding ontvangt, geldt er een bijzondere regeling indien de werknemer langdurig thuis werkt. De werkgever mag dan in de eerste zes weken dat de werknemer thuis werkt de vergoeding onbelast doorbetalen. Hierna wordt de vaste vergoeding belast tot en met de laatste dag van de maand waarin de werknemer weer naar zijn werkplek komt.

Een voorbeeld hiervan is jouw werknemer werkt vanaf 16 maart thuis en gaat weer naar kantoor op 11 juni. Dan kun je de vergoeding onbelast uitbetalen in maart en april. In mei en juni is de vergoeding belast en vanaf juli kun je de vergoeding weer onbelast uitbetalen.

Fiscaal is het uiteraard voor de werknemer het gunstigste om de reiskostenvergoeding stop te zetten in de belaste periode. Mogelijk kan deze vergoeding dan gecompenseerd worden met andere vergoedingen voor het thuis werken, waaronder telefoon- en internetvergoedingen. Wel kunnen daarbij uitsluitend daadwerkelijk gemaakte kosten m.b.t. tot zakelijk gebruik onbelast worden vergoed. Dat wil bijvoorbeeld zeggen dat als een abonnement op telefoon of internet is gecombineerd met televisie e.d. alleen het deel dat betrekking heeft op het zakelijk gebruik van telefoon en/of internet onbelast vergoed kan worden.

 

Door Rik van den Aakster

 

Bron: www.nrc.nl.